U begint met het omspitten van de grond. Bij voorkeur zo'n 15 tot 20 cm diep. Wanneer de structuur van de grond te wensen over laat kunt u ervoor kiezen om enkele cm's siertuinbemesting door de bovenste 10 cm heen te spitten.
Vervolgens moet u de grond weer aandrukken. U kunt dit met een wals aanrollen of met de hielen aandrukken en aanstappen. Doet u dit niet dan zakt de grond bij regenval in wat later een onregelmatig gazon zou geven. Het voordeel van aanwalsen is dat u nu beter kunt zien waar eventueel nog wat grond bij of af moet om hem volkomen vlak te leggen.
Na het aandrukken kunt u ervoor kiezen de grond te bemesten met DCM Organische Gazonmeststof (1-1,5 kg per 10m2), het beste kunt u dit 2 na aanleg doen. Let er dan wel op dat de zoden niet verbranden, voorkom dit door niet te strooien tijdens warme periodes en direct na het strooien voldoende te sproeien. Werk daarbij nog DCM groenkalk 1-2 kg per 10m2 in om de structuur en de zuurgraad te verbeteren (beide zijn bij ons verkrijgbaar). U kunt natuurlijk ook andere vergelijkbare bemesting aanschaffen. Hark de meststoffen enkele centimeters diep door de aarde om verbranding van de wortels te voorkomen. Druk of rol de aarde weer aan en zorg nu dat deze helemaal egaal is. Hark vervolgens de bovenlaag los tot een cm diep. Nu kunt u de graszoden gaan uitrollen. Zorg er wel voor dat de grond niet al te droog is, zonodig kunt u de grond nu wat bevochtigen.
Leg de graszoden strak tegen elkaar aan. Langs de omtrek van het gazon de zijkanten van het gras aanvullen met zand om zo uitdroging van de randen te voorkomen. Bij zonnig warm weer de gelegde graszoden tussendoor alvast wat water geven.
Wanneer u de graszoden hebt gelegd kunt u ze nog aandrukken met een wals.
Vervolgens dient de graszoden direct water te geven.
Het gras is nog niet in de grond geworteld en kan dus nog nauwelijks water uit de grond opnemen. Het heeft dan ook geen zin om lang te sproeien. Wel is het zaak vaak te sproeien. Twee a drie keer per dag is de eerste 10 dagen niet overdreven. Vervolgens dient u dit natuurlijk af te bouwen om de wortels zo zelf naar water te laten zoeken en u zo een diepgeworteld (en dus sterk) gazon krijgt.
Na ongeveer 7 tot 10 dagen dient het gazon de eerste keer gemaaid te worden.
Zorg dat u, zeker in het begin, het gras niet te kort maait (5 cm). Zorg ervoor dat de messen scherp zijn en maai in de richting waarin de graszoden gelegd zijn om te voorkomen dat de zoden bij het maaien loskomen.
Zorg er ten slotte voor dat u de eerste weken zo min mogelijk over het gazon loopt. De zoden moeten eerst stevig op de ondergrond vastgegroeid zijn.